Drooglegging 1919 - 1933
In 1919 werd in Verenigde Staten een 18e Amendement op de grondwet toegevoegd. Dit hield in dat er geen alcohol mocht worden gefabriceerd en genuttigd. Op 16 januari 1920 werd het 18e Amendement, de drooglegging, van kracht. Nergens in de Verenigde Staten mocht er alcohol gedronken of gedistilleerd worden.
Er waren hoofdzakelijk twee redenen voor deze aanpak. De eerste had te maken met de Eerste Wereldoorlog. In 1917 raakte de Verenigde Staten betrokken bij de Eerste Wereldoorlog. Veel Amerikaanse soldaten maakten gruwelijkheden mee en dronken alcohol om hun trauma´s weg te drinken. Toen de oorlog ten einde kwam, waren veel politici bang voor een stijgend gebruik van alcohol.
Een tweede reden was het de immigrantenstroom die op gang kwam. De immigranten keken uit naar een nieuw leven. Dit viel echter erg tegen, want ze konden maar moeilijk aan een baan komen en als ze er één hadden dan kregen ze erg weinig betaald.
Omdat er veel armoede heerste onder de immigranten doken zij sneller de misdaad in, omdat daar meer te verdienen viel. Daarom nam de misdaad en alcoholmisbruik erg toe. De tegenstanders van het gebruik van sterke drank, prohibitionisten, wilden daarom dan ook een alcoholverbod. Naast de prohibitionisten waren er ook nog suffragette bewegingen. Deze bewegingen, geleid door vrouwen, waren ook prohibitionisten.
Politici zagen dat er een afgunst ontstond tegen het gebruik van sterke drank en speelde hier dan ook op in. En zo werd op, en ook mede door de terugkerende soldaten, de drooglegging een feit op 16 januari 1920.
De drooglegging had grote gevolgen voor de (on)georganiseerde misdaad. Zo kwamen in Chicago Al Capone en Johnny Torrio aan de macht en in New York deden Salvatore Luciano, Meyer Lansky en Arnold Rothstein goede zaken.
Nu de drooglegging een feit was, werd er flink illegaal drank het land binnengesmokkeld en gedistilleerd. Er ontstonden speak-easies, kroegen waar illegaal drank werd verkocht, waar mensen konden drinken. Er werd geacht tegen speak-easies op te treden, maar dit gebeurde alleen als deze overlast veroorzaakte.
Toen werd geconstateerd dat de drooglegging niet het gewenste effect had, werd besloten de drooglegging te beëindigen. Dit gebeurde door de ratificatie van het 21e Amendement. Het 21e Amendement werd op 5 december 1933 van kracht. Dit betekende het einde van de drooglegging na een periode van 13 jaar.