|
|
- |
Joe Adonis werd geboren op 22 november 1902 in Montemarano in Italie, vlakbij Napels. Zijn echte naam is Giuseppe Antonio Doto. Later zou hij zijn naam veranderen in Joe Adonis. In 1915 kwam hij illegaal naar de V.S. op een stoomboot. Hij ging naar Brooklyn in New York. Hier verdiende hij geld met stelen en zakkenrollen. Tijdens zijn criminele activiteiten ontmoette hij een andere kleine misdadiger die het wou maken: Lucky Luciano. Deze twee mannen werden snel vrienden en Doto ontwikkelde een sterk gevoel van trouw voor Luciano. Beide mannen lieten zich in met aardige rackets zoals prostitutie en gokken.
Ergens begin jaren 20 veranderde Doto zijn naam in Joe Adonis. Hij werd seksueel losbandig over heel New York City en belandde daardoor in de gevangenis wegens verkrachting. Hij was altijd heel erg ijdel. Een keer zag Luciano hem zijn haren doen voor een spiegel en zei: “Wie denk je dat je bent, Rudoplh Valentino?”. Adonis draaide zich om en fluisterde snauwend: “Voor de looks is die man een zwerver!”.
Adonis werkte als enforcer voor Frankie Yale, die de rackets van Brooklyn in handen had. In deze tijd maakte hij snel kennis met een andere werknemer van Frankie Yale, Al Cappone. Ondertussen werkte Luciano voor de toenmalige baas van New Yrok, Joe Masseria. Adonis en Luciano stegen in rang van de onderwereld en in 1930 sloot Adonis zich ook aan bij Masseria. Zijn loyaliteiten lagen echter wel bij Luciano en toen Luciano een moord beraamde op Masseria was Adonis een van de vier mensen, samen met Bugsy Siegel, Vito Genovese en Albert Anastasia, die “Joe The Boss” doodschoten in Scarpato ’s restaurant op Coney Island op 15 april 1931.
Nadat Luciano Salvatore Maranzano op dezelfde manier had geëlimineerd zette hij zichzelf neer als de baas. Hij zette een nationaal misdaad syndicaat op die alle top gangs samenbracht. Voor zijn deel van de aanslag op Masseria kreeg Adonis een plaats in het bestuur van het syndicaat. Veel politici en hooggeplaatste politie officieren stonden op zijn loonlijst en hij breidde zijn politieke invloed uit naar de rackets van vrienden zoals Luciano, Genovese, Meyer Lansky en Louis Buchalter.
Adonis kreeg de controle over Broadway en het centrum van Manhattan, hoewel zijn hoofdkwartier zich in zijn eigen restaurant, Joe’s Italian Kitchen, bevond in Brooklyn. Adonis maakte grote winsten met alcohol en vrouwen, waarin hij had geïnvesteerd. Hij bouwde een geheel eigen rijk op die miljoenen dollars waard was. Hij kocht auto dealerships (alleenvertegenwoordiger van een merk) in New Jersey en wanneer klanten een Cadillac kochten ter waarde van $10.000 zouden zijn mannen de klant forceren een extra $10.000 te betalen voor verzekering, anders zouden zij wel eens een verstopte uitlaatpijp kunnen krijgen. Al snel richtte Adonis zich op de sigarettenindustrie. Hij kocht honderden machines en kaapte fabrieksproducten en maakte hierdoor 100% winst.
In 1932 controleerde Adonis Brooklyn en hij werd met rust gelaten door de strafcampagne van de regering die vier jaar later zou starten. Dit kwam omdat hij nog een onbekende was bij de regering. Lucky Luciano had minder geluk. Hij werd gedeporteerd naar Italië na de Tweede Wereldoorlog en heeft nooit meer een voet op Amerikaanse bodem gezet. In zijn afwezigheid nam Adonis zijn plek over in het syndicaat en zo controleerde hij de grootste georganiseerde misdaad van Amerika.
In december 1946 was Adonis een delegatie van de beroemde Havana Conference, waar Luciano kort de macht overnam. Adonis stapte hoffelijk opzij en ging terug naar New Jersey waar hij doorging met het maken van winst van zijn legale en illegale praktijken. Eind jaren 40 begon de regering hem in de gaten te houden, door hoofdzakelijk Abe Reles, een ex-moordenaar van Murder Inc. die nu een federale informant was geworden en Adonis aanwees als een van de machtigste gangsters van het land. Voordat het Kefauver Comité begon beriep hij zich herhaaldelijk op het 5e Amendement en kwam ermee weg.
In 1953 kwam de regering erachter dat Adonis geen genaturaliseerde burger was van de V.S. Hij werd daarom in augustus meteen teruggestuurd naar Italië. Hier leefde hij een goed leven in een villa, net buiten Napels en vlakbij Luciano. Hoewel ze dicht bij elkaar woonden, sprak Luciano niet met Adonis sinds Luciano Amerika had verlaten. Dit was misschien omdat Luciano boos was op Adonis’ overdracht van de New York rackets aan de sluwe Vito Genovese.
Joe Adonis ontmoette zijn moordenaar niet via zijn vrienden of zijn vijanden. Het kwam van de handen van de Italiaanse politie die in die tijd bekende maffia figuren arresteerden. Roomse politieagenten namen hem van zijn huis op 26 november 1972 mee naar een verlaten huisje in de bergen voor vragen. Tijdens de lange ondervraging kreeg Adonis een hartaanval en stierf hieraan. Hij had een stille begrafenis welke enkel bijgewoond werd door zijn familie. Hij is begraven op de Madonna begraafplaats in Fort Lee in New Jersey.